Dag 1

Met gezonde spanning rijden wij (Lennart en Erik) richting Zuid-Duitsland. In december hebben we besloten om de Rothaus Bike Giro te rijden in het Zwarte Woud. Een vierdaagse etappe wedstrijd van in totaal 210 kilometer en  meer dan 6000 hoogtemeters. Beiden hebben we weinig ervaring met veel hoogtemeters, een enkel ritje in de Belgische Ardennen nagelaten. Beiden zijn we redelijk druk met werk, studie en sociale verplichtingen. Beiden hebben we minder getraind dan we in december voor ogen hadden. De gezonde spanning komt dan ook niet uit de lucht vallen.

Foto 1: Onze eerste stop; Feldberg.

Ondanks het een individuele wedstrijd is hebben we vanaf het begin afgesproken om samen te fietsen. Qua tempo liggen we redelijk dicht bij elkaar en waar ik redelijk ben in een tempo die net onder m’n omslagpunt zit is Lennart de pitbull die zich altijd vastbijt in iemands achterwiel en niet opgeeft. Onze eerste gezamenlijke test was de marathon eind juni op de Utrechtse Heuvelrug. Daar hebben we afgesproken dat we aangeven wanneer we in het rood rijden zodat de ene de ander niet opblaast. Ondanks we voor ogen hadden om het gezamenlijk fietsen vaker te trainen is het bij die ene keer gebleven.

Maar goed, Feldberg. Want daar zijn we inmiddels gearriveerd, de startlocatie van de eerste etappe en direct een individuele tijdrit. 10 kilometer, 320 hoogtemeters. Een kort ritje dus. We worden om de 30 seconden afgestart op professionele wijze.

Foto 2: De winnaar van vorig jaar start als laatste.

Lennart start exact 5 minuten voor mij en de start begint direct met een klim van 100 hoogtemeters. Halverwege die klim haal ik iemand in en aan de top van die klim wordt ik zelf ook nog ingehaald. Inmiddels zit ik in het rood. Tegen mijzelf zeg ik, geen probleem, in de afdaling zakt die wel weer zodat ik klaar ben voor de volgende klim. Niets is minder waar. De afdaling is een pittige met rotsachtige drops en na de 5 minuut durende afdaling zie ik op m’n meter een hartslag van 165.

Foto 3: Herstellen tijdens een technische afdaling blijkt lastig.

Aangezien boven de 171 voor mij in het rood is schrik ik hier van. Na wat singletracks staat de volgende klim alweer te wachten. Onderaan deze lange klim van 3 kilometer en 150 hoogtemeters wordt ik ingehaald door een tweede renner. M’n ego krijgt een tweede deuk maar ik kom langzaam in m’n ritme. In de klim die volgt weet ik twee renners in te halen en na een pittige afdaling staat het toetje op het programma. Een berucht onderdeel van deze proloog is de ‘skibrug’, een klim van 35%. Met 32 tanden voor en 50 achter is het alsnog op de pedalen staan. Gelukkig is er voldoende grip. Maar na de skibrug is het niet voorbij. Een pijnlijke klim door het gras volgt en de benen branden. Gelukkig wordt er langs de kant aangemoedigd, op ons stuurbord staat onze voornaam en langs de kant roepen ‘hou vol Erik’. Even voel ik me een halve prof. Dat gevoel verdwijnt na de finish al snel wanneer ik de tijden hoor. Over het korte rondje van 10 kilometer heb ik ruim 35 minuten gedaan. Terwijl we aan ons bordje pasta zitten komt de nummer 1 binnen in 24:18.

Foto 4: 60 seconden na mij gestart en bij de tweede klim haalt deze man mij in. Later blijkt het een tweevoudig wereldkampioen biathlon te zijn.

Morgen weer een dag, maar eerst halen we in de avond Lennart z’n achternaaf nog even uit elkaar.... Lennart voelt wat weerstand en dat is geen fijn gevoel wanneer een etappe van 59 kilometer met 2250 hoogtemeters op je wacht. We halen de XD body van de naaf en maken alles goed schoon. Het schoonmaken helpt iets en de lamp kan uit.

Dag 2

Onderweg naar de start bekijken we het hoogteprofiel van de dag. Serieus lange klimmen staan op het programma. De start is om 10.00 en we zijn wat aan de late kant wanneer we om 09:45 bij de start verschijnen. We sluiten aan in de rij en zien achter ons de officiële hekkensluiters van de organisatie op E-MTB’s staan. Oftewel, we staan echt helemaal achteraan.

Foto 5: Zie je bovenaan die witte auto? Daar staan wij.

Na het startsein is het eerst drie kilometer afdalen. Er wordt flink in de remmen geknepen want het ruikt om ons heen naar vers laswerk. We slalommen tussen wat renners door naar beneden en hebben de eerste al te pakken. De afdaling wordt (uiteraard) opgevolgd door een beklimming van ongeveer 8% en onze hartslag gaat voor het eerst die dag omhoog. Lennart bepaalt het tempo, ik zit in zijn wiel. Halverwege vraagt Lennart hoe m’n hartslag is. Ik zit redelijk comfortabel met een hartslag van 160, Lennart op 170. We kunnen er onze klok op gelijk zetten dat Lennart zijn hartslag 10 slagen hoger ligt dan die van mij. Dat is handig want zo weten we van elkaar wanneer iemand op het omslagpunt rijdt. Lennart z’n omslagpunt ligt dan ook tien slagen hoger dan de mijne.

In de klim zijn we langzaam weer iets naar voren geschoven en in de technische afdaling die volgt komen we ook prima mee met de rest. Die afdaling is van korte duur want het klimmen is nog niet klaar. In de volgende 20 minuten klimmen we gestaag een paar honderd meter en worden we getrakteerd op prachtige vergezichten. We lachen een keer naar elkaar, dit is echt gaaf. Er wordt nog een paar keer gedaald en geklommen, we moeten die dag 2250 hoogtemeters overbruggen en het Zwarte Woud helpt een handje mee. Wanneer we een lange afdaling hebben op het asfalt gaan we allebei als een baksteen naar beneden. M’n horloge is ingesteld om te waarschuwen wanneer we harder gaan dan 60 km/u en dat doet ie vrijwel onafgebroken. Ik voel dat de remmen het zwaar hebben wanneer we van 60+ naar 5 km/u gaan voor een scherpe u-bocht. Weer een lange klim. Deze klim wordt afgewisseld door vrij pittige en technische afdaling. We stuiteren over een singletrack met scherpe u-bochten en losliggende stenen. Gelukkig worden we al snel opgehouden door voorgangers die minder hard gaan want naast ons zit de diepte. Onze handen doen pijn van het gestuiterd en knijpen in onze remmen.

Foto 6: We fietsen rond in een prachtige omgeving.

Na 33 kilometer wacht ons de bevoorrading. Hier wordt nogmaals duidelijk dat dit niet een toertocht is maar toch echt een wedstrijd. Gevulde bidonnen met water en sportdrank worden uitgereikt en afstappen is niet nodig. Toch pakken we even 5 minuten. Lennart vult z’n Camelbak en ik pak een broodje. We kijken naar het hoogteprofiel en weten beiden dat de ellende nu echt begint. De volgende 10 kilometer is alleen maar klimmen. Met wat stijve benen beginnen we aan de klim en vrijwel direct moeten we naar ons lichtste blad schakelen. We kunnen de renners voor ons zien en langzaam kruipen we dichterbij. Het gaat lekker en we schakelen op! Inmiddels zijn we 300 meter gestegen en zit er een kleine afdaling in de klim. We rijden de bocht om en zien de ellende al weer liggen. In de verte wordt zelfs door verschillende renners gelopen met de fiets in de hand. Dat het pittig is hoeven we elkaar niet te vertellen, de stilte spreekt boekdelen. Dat wij niet gaan lopen hoeven we elkaar ook niet te vertellen, dan maar in het rood!

Dit scenario komt daarna nog twee keer terug op dezelfde klim. Op de laatste komen we voorbij een Duitser die, met de fiets in zijn hand, roept dat hij niks meer te drinken heeft. Ik biedt hem al fietsend wat drinken uit m’n bidon aan en Lennart geeft hem zijn reserve bidon.

Na een snelle afdaling (met waarschuwende horloge) stond de tweede bevoorrading klaar. Een hapje en drankje later gaan we op naar de laatste 12 kilometer en 700 hoogtemeters van die dag. Nog even klimmen dus. We fietsen lekker door want we zijn voornamelijk aan het inhalen. Kan ook moeilijk anders wanneer je als allerlaatste start maar toch goed voor het moraal.

Op drie kilometer van de finish zakt de moed ons in de schoenen. De eindklim van de proloog is ook de eindklim van vandaag. Met stukken van 35% weten we dat die erg pijn gaat doen. Vlak voor we omhoog gaan roept Lennart: ‘respect als je deze fietsend omhoog ga’. Het is niet heel verrassend wanneer ik halverwege merk dat Lennart gewoon strak achter me fietst en nog wat aanmoedigt. Bovenaan steken we elkaar een veer in het achterwerk en rijden naar de finish.

Foto 7: Vol adrenaline rammen we de klim van 35% omhoog.

Dag twee gefinisht in ongeveer 4 uur. Niet snel maar we schamen ons niet. Dit smaakt naar meer!

In ons hotel zitten nog een groepje serieuze mountainbikers uit Denemarken en Lennart heeft het idee dat hij nog steeds wat weerstand voelt. We vragen aan een van hen of ze weten of er een fietsreparateur in de buurt zit, zelf hadden we al gezocht maar zonder succes. Een fietswinkel weet hij niet te vinden maar hij biedt wel een van hun extra wielsets aan om te lenen. Een DT Swiss XMC 1200 met een Sram X01 cassette uitlenen aan totaal onbekende, de Deen in kwestie is niet bang! In hun clubje hebben ze ook een reparateur zitten die eerst even de naaf van Lennart checkt. Hij haalt de XD body volledig uit elkaar met zijn tandarts gereedschap en maakt in 20 minuten de body schoon, vet deze weer in en monteert de hele boel. Het achterwiel loopt weer als een zonnetje.

Vrijwel de hele avond regent het en tijdens het late diner bespreken we de banden keuze voor de volgende dag. Al snel concluderen we dat we daar niks vanaf weten en de lamp kan uit.

Dag 3

Vandaag staat de koninginnerit op het programma. 76 kilometer met hetzelfde aantal hoogtemeters als de dag ervoor. In tegenstelling tot de twee eerdere startlocaties in Feldberg begint de etappe van vandaag bij de fabriek van het biermerk Rothaus in Grafenhausen. Bij de start zijn er startvakken A tot en met D. A is voor de elite mannen, B voor elite vrouwen, C voor de snelle amateurs en D is voor ons. Wij staan weer voor de hekkensluiters op de e-bike.

Foto 8: Biermerk Rothaus is de hoofdsponsor, niet slecht!

Om 10 uur is het startsein en de elite gaat er vandoor. De rest start een minuut later, waarom weet ik niet. De elite zien we toch pas weer bij de finish. Met dag 2 in de benen en de langste etappe op het programma besluiten we om niet te hard van start te gaan. Na een korte afdaling zie ik dat 50 meter voor ons een groep Belgen rijdt. De Belgen dragen allemaal hetzelfde tricot en onder hen zit een snelle Belg die ik herken omdat hij gisteren op 10 kilometer voor de streep voorbij kwam zetten. In mijn hoofd besluit ik dan ook dat het bijhouden van de Belgen het doel van de dag wordt.

Door de regen van de avond ervoor ben ik wat voorzichtig. De eerste modderspetters zitten inmiddels op het stuurbordje. We houden onze hartslag rond de 140-150 en al 5 kilometer na de start zijn de Belgen uit ons zicht verdwenen. Het eerste stuk gaat lekker en op kilometer 10 vanaf de start staan de Belgen aan de zijkant van het pad. Materiaalpech!

Foto 9: Dag drie begint vochtig maar eindigt met zon.

Wij gaan door en we gaan best hard. Het eerste rustpunt op 23,7 kilometer passeren we al na 60 minuten en ook de eerste 400 hoogtemeters zitten dan in de benen. Bij het rustpunt gooi ik al fietsend m’n bidon in de daarvoor bestemde plek en pak een nieuwe aan van een vrijwilliger. Dit moet duidelijk nog even geoefend worden want die valt twee meter verder uit m’n handen. Ik stop, pak op en we gaan weer door.

De eerste van drie lange klimmen begint. Een zwaar hijgende Duitser sluit zich aan bij Lennart en mij. Direct verontschuldigt hij zich, hij kan ons bijhouden maar overnemen gaat hij niet doen. Prima, als je zo hard hijg heb ik sowieso respect dat je niet ga hyperventileren. De klim is lang, we stijgen zo’n 350 hoogtemeters. Gelukkig is het niet zo steil als de dag ervoor en we voelen ons goed. We slaan een gaatje met de Hijgende Duitser en pakken ons eigen tempo. Net als de dag ervoor zijn we in de klim niet slecht want we halen zeker 20 renners in. Plots duikt de Hijgende Duitser naast me op. Zwaar trappend en nog zwaarder hijgend zakt hij een seconde later weer terug. Dood of de gladiolen denk ik.

De afdaling die volgt is een pareltje. Technische singletracks op hoge snelheid houden ons de komende 10 minuten bezig en we komen op kilometer 42 aan bij bevoorrading twee. Lennart vult zijn Camelbak bij, ik pak een gelletje aan en beiden doen we een korte sanitaire stop.

Bij deze marathon schijnt het gebruikelijk te zijn om een bevoorrading te laten opvolgen door een serieuze klim want er staat ellende voor de deur. Ik kijk op m’n Garmin en zie dat de langste klim van de dag begint met 10% en eindigt met 22%. Halverwege zitten we plots in het wiel van de Hijgende Duitser. Die is ons blijkbaar gepasseerd terwijl wij even stil stonden bij de bevoorrading. We halen hem in en gaan door naar de snelste afdaling van die dag. Op het hoogteprofiel is deze afdaling een bijna rechte lijn naar beneden.

Foto 10: Speciaal voor de Koninginnerit rijden Lennart en ik in clubtenue.

Het is een prachtige singletrack met technische rotsachtige stukken. Vrijwel constant moeten we in de remmen hangen en dat is niet alleen omdat we voor ons gehinderd worden maar ook omdat ik niet veel harder durf. De organisatie geeft de écht gevaarlijke punten aan met een waarschuwingsbordje. We hebben gemerkt dat we die tot dusver allemaal serieus moeten nemen want ook de ‘normale’ afdalingen zijn geen kattenpis. Gelukkig zijn we dankzij Kees, Frans en Jeroen technisch buitengewoon goed en kunnen we de gemiddelde amateur prima voorblijven.

We zitten na 58 kilometer op een redelijk vlak stuk wanneer plots de Snelle Belg en een compagnon ons voorbij komen denderen. Dit hadden we niet verwacht. Ik rij op dat moment voorop en ga op het vlakke stuk en afdaling strak in het wiel zitten van de Snelle Belg. Ineens is het Nederland vs België! Ook de Belgen hebben door dat we willen bij blijven en doen er een tandje bovenop. We steken een provinciale weg over (die overigens allemaal worden afgesloten zodat de renners nergens hoeven te wachten of in onveilige situatie komen) en direct begint een stijle asfaltklim. Lennart gaat er volgas vandoor en de Belgen kunnen hem niet bijhouden. Ik trouwens ook niet.

Terwijl de Snelle Belg er een tandje bij doet en het gat probeert dicht te rijden naar Lennart moet ik eieren voor m’n geld kiezen en bij de andere Belg blijven. Voor het eerst die dag ga ik in het rood. Lennart rijdt nog steeds ruim 100 meter voor mij en Ik achter Belg 2. De Snelle Belg komt net niet bij Lennart. In de afdaling weet ik het gat dicht te rijden en precies daarna komt het derde bevoorradingspunt.

Het bidon aanpakken gaat dit keer wel prima en na 63 kilometer gaan we op naar het enige wat ons in de weg staat naar de finish; 500 hoogtemeters.

Het wedstrijdje heeft mij weinig goeds gedaan en ik lijk de grote verliezer te worden want m’n hartslag is hoog en de benen zijn zwaar. Dat ik even zit te klooien deel ik met Lennart, met andere woorden: ‘mag er alsjeblieft een tandje vanaf?’

De tien opvolgende minuten gebruik ik om te herstellen en neem een gelletje. De Snelle Belg is ons ondertussen gepasseerd en aanhaken lukt niet meer. Opeens is de energie weer terug en in de afdaling gaan we als een baksteen naar beneden, m’n piepende horloge negeer ik en net voor het toetje van de dag, een bijna verticale klim met losliggende puin, denk ik: ‘shit, het is alweer bijna voorbij’. Want wat is dit fantastisch. Zeker doet het pijn en zeker zitten we er beiden af en toe een beetje doorheen. Maar de euforie wanneer we na ruim 75 kilometer voor de derde keer dat weekend onder de finishboog doorrijden maakt alles goed.

Foto 11: Ik probeer Lennart bij te houden.

De organisatie heeft de boel echt goed voor elkaar. Na de finish halen we onze ‘voedselbon’ op en krijgen in ruil hiervoor een goed bord pasta. Dat gaat er wel in! Omdat we naast de Rothaus brouwerij zitten moeten we de rit wel afsluiten met een halve liter lokaal bier. De hoogtemeters van de koninginnerit waren verdeeld over 76 kilometer waardoor het minder zwaar was dan de dag ervoor. Ook vandaag doen we de etappe in iets meer dan 4 uur. De route was door de vele singletracks nog mooier dan etappe twee. We gaan er voorzichtig vanuit dat dit het hoogtepunt was van de marathon.

Maar we hebben morgen nog.

Dag 4

We sluiten de marathon af met een etappe van 65 kilometer met 1400 hoogtemeters. Makkie vergeleken met de voorgaande dagen.

Voor de verandering staan we om 09:45 al bij de start en voor het eerst staan we vrijwel vooraan in ons startvak.

Foto 12: Wij staan net achter de blauwe boog opgesteld.

Na het startsein beginnen we met een lange bochtige afdaling op asfalt. We slingeren tussen de renners door naar beneden en pakken een paar plekjes. In tegenstelling tot voorgaande dagen gaan we meteen volle bak. Omdat het de laatste dag is hebben we blijkbaar niet de behoefte om onszelf te sparen. Renners die we gisteren pas na 50 kilometer passeerden halen we nu op een klim na 10 kilometer al in. Ook de winnares bij de amateur vrouwen van gisteren gaan we met weinig moeite voorbij.

Vandaag rijden we voor het eerst zonder Camelbak. De bevoorrading is zo goed dat we dat wel aandurven. Ik rij met een 0,7 liter bidon water en die is bij de eerste bevoorrading op 23 kilometer bijna op. De lege bidon gooi ik weg en pak twee nieuwe aan. De bidon met sportdrank gaat op de fiets en die met water in het middelste vak van m’n fietsshirt. We stoppen niet want we denken dat vandaag wel eens goed kan uitpakken, we gaan ruim 23 per uur terwijl de eerste 600 hoogtemeters achter de rug zijn.

Op de topbuis van ons fietsframe zit een sticker met daarop de belangrijke en gevaarlijke punten, handig!

Foto 13: Deze is van de derde etappe.

Op 29 kilometer begint een rotsachtige afdaling en daar komen we heelhuids doorheen. Er volgt een snelle afdaling over een breed gravelpad en ik zie in de verte een voorganger die ik wil bijhalen. Op dat stuk gaan we boven de 60 per uur en ik zie het gat kleiner worden. Plots raak ik een losliggend stuk steen, PATS! Het sissende geluid dat volgt voorspelt weinig goeds en terwijl ik probeer af te remmen voel ik duidelijk dat in het voorwiel weinig lucht meer zit. Ik kijk achter me en zie Lennart nergens.

Terwijl ik me even zorgen maak of hij niet gevallen is komt Lennart om de hoek. Met de fiets op zijn rug. Lennart heeft waarschijnlijk dezelfde steen geraakt maar dan wel met beide wielen want zowel voor als achter is lek. We lopen te voet naar het einde van de afdaling want we staan op een gevaarlijk punt.

Beneden aangekomen bekijken we de situatie. Die is niet best. We rijden beide tubeless en onze gaspatronen gaan de deuk die in de drie velgranden niet fiksen. Tweede probleem, we hebben drie lekke banden en twee reservebandjes. Ons humeur daalt naar het vriespunt, zeker wanneer iedereen die we net ingehaald hebben voorbij komt. De Snelle Belg zien we pas na ruim 5 minuten, die hadden we liever achter ons gelaten.

Naast ons staat een Duitser, ook lekke band. Nadat hij de zijne gemaakt heeft leent hij ons zijn pomp, die geven we na de finish weer terug.

Terwijl we al ruim een half uur bezig zijn krijgen we echt stress. De hekkensluiters op de E-MTB staan voor onze neus. Gelukkig wel met reserve bandje nummer drie maar dit betekent dat we als allerlaatste rijden. In totaal zijn we drie kwartier aan het klungelen voordat beide fietsen weer inzetbaar zijn. We horen een van de hekkensluiters op de radio zeggen dat we eigenlijk te laat zijn om nu nog door te rijden. De wegen worden maar voor een bepaalde tijd afgesloten. Ik druk hem op het hart dat we niet de langzaamste renners zijn en stap redelijk chagrijnig op de fiets.

Foto 14: Vier man is nodig om een buitenbandje te plaatsen.

Vanaf dan is het even ongezellig want ik stoemp de volgende 15 kilometer vol op de pedalen. Dat de hekkensluiters op hun elektrische mountainbike strak achter ons hangen is ook niet goed voor het moraal. Ondanks er eigenlijk niet veel meer te winnen valt houden we het gemiddelde boven de 20 per uur.

We zitten op kilometer 47 bij bevoorrading twee wanneer we weer renners voor ons zien. Die halen we in, nu zijn we in ieder geval van de hekkensluiters af.

Foto 15: Stoempend naar de finish.

Er volgen nog een paar mooie afdalingen maar ondanks dat stijgen we langzaam richting de finish.

Foto 16: Een uitzicht als deze maakt weer veel goed.

Op 63 kilometer zien we de Rothaus brouwerij liggen, we zijn er! Samen rijden we met een grote glimlach voor de laatste keer onder de finishboog door. We pakken een (alcaholvrije) Rothaus pils aan, die gaat er wel in!

Foto 17: Finish!!!

We hebben enorm genoten van dit evenement.  Zelf hebben we geen vergelijkingsmateriaal maar wat ons opviel is dat de organisatie echt heel goed is. Om ons heen horen we van andere renners dat onze eerste meerdaagse marathon een van de betere is.

Wat kost het?

  • Wij schreven ons in december in. Met vroegboek korting is het inschrijfgeld 279,-.
  • Verdere kosten zijn het hotel/pension/camping.  Wij zaten op 10 minuten van de startlocatie in een pension en betaalden 220 euro per persoon voor drie overnachtingen inclusief ontbijt en diner.
  • Reiskosten naar het Zwarte Woud.

Wat krijg je er voor terug?

  • Vier etappes met tijdmeting en foutloze bewegwijzering
  • Zeer goede bevoorrading met o.a. sportdrank, reepjes/gelletjes van Xenofit, bananen, croissants etc.
  • Elke middag bij terugkomst pasta
  • Een hoodie
  • Een finisher T-shirt
  • Welkomspakket met 4 reepjes en 8 gelletjes van Xenofit
  • Blikje Red Bull
  • Technische ondersteuning (zowel bij start/finish als onderweg)
  • Medische dienst op elk gevaarlijk punt. Ook reden er meerdere noodartsen rond op crossmotors
  • Mooie foto’s (tegen betaling) van Sportograf
  • Enorm dikke benen
  • Een fantastische ervaring (volgens Lennart een kick)
  • Joelende mensen langs de route
  • Prachtige omgeving, het Zwarte Woud is mooi
  • Ruime bikewash na de finish
  • Leuke sfeer, ondanks de wedstrijd is het onderling erg gemoedelijk
  • Douches bij de finish
  • Veel internationale bikers. Het gros is Duits maar we hebben bijvoorbeeld ook een Zuid Afrikaan, Amerikaan en Australiër gezien.
  • Fietsen met topbikers. Er deden 60 elite renners meer zoals Sabine Spitz, voormalig Olympisch kampioen en meervoudig wereldkampioen. Ook waren verschillende nationale kampioenen aanwezig.

 

Foto 18: Op vrijwel alle gevaarlijke punten staat medische ondersteuning.

Foto 19: Sleutelen aan de fiets kan prima op het balkon.

Foto 20: De sponsor trakteert!